De vloek van de Duveltjesgracht - Een Gorcumse legende komt tot leven - van 13 september t/m 12 oktober 2008


Faceworksfx - Davy Uittenbogerd
Grimeopleiding - Willy Lemmen
Rare Kwasten - Karen van Keeken
Folky - Helga Buitelaar


Hugo de Groot (1583 - 1645)
bron: Wikipedia

Hugo de Groot (Delft, 10 april 1583 – Rostock, 28 augustus 1645) was een Nederlands rechtsgeleerde.
Hij is vooral bekend als Hugo Grotius, maar wordt her en der ook aangeduid als Huig de Groot. Hij schreef Latijnse tragedies en gedichten, theologische verhandelingen en Nederlandse gedichten. Zijn belangrijkste werken liggen op historisch en juridisch gebied. Zijn beroemdste werk is De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) uit 1625. Dit werk vormt de basis voor het moderne volkenrecht. Hugo de Groot is ook bekend vanwege zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee (en de vrijhandel) het Mare Liberum (1609), eerst in 1864 teruggevonden en gepubliceerd.
Even na 1610 laaiden er in Nederland godsdienstige twisten op die tot in de politiek werden uitgespeeld. Inzet was de leer van de predestinatie, ofwel de Goddelijke voorbeschikking. In hedendaagse termen kan men zeggen, dat de strijd ging tussen de strenge Gomarus en de gematigde Arminius.

Hugo de Groot trad in talloze geschriften duidelijk naar voren als verdediger van het kamp der Arminianen, of, vanuit zijn gezichtspunt gezien: het kamp van hen die voor tolerantie ijverden, en van mening waren dat de staat het hoogste gezag was, en dus boven de kerk stond. Dit was ook het standpunt van Van Oldenbarnevelt, die ook weigerde een nationale synode van staatswege bijeen te roepen, omdat daarin ongetwijfeld Arminius veroordeeld zou worden.

Prins Maurits zag in de godsdiensttwisten een kans om de vredespartij buitenspel te zetten. Het bestand met Spanje had hem als legeraanvoerder veel macht, aanzien en buitgeld gekost.

In augustus 1618 wist de prins de machtsstrijd in zijn voordeel te beslechten. Van Oldenbarnevelt en De Groot werden op 29 augustus 1618 gevangengenomen. De eerste werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Een college van 24 rechters veroordeelde de remonstrant Hugo de Groot 'ter eeuwige gevangenisse'. Aanvankelijk werd hij te Den Haag in hechtenis gehouden, maar op 5 juni 1619 werd hij overgebracht naar Slot Loevestein, toen een staatsgevangenis, later gevolgd door zijn vrouw Maria van Reigersberch en dienstmeisje Elsje van Houweningen.

Hij mocht blijven studeren en schreef een Inleiding tot de Hollandsche Rechtsgeleerdheid. Daarvoor kreeg hij uit Leiden boeken in een kist die soldaten bij een familie in Gorinchem ophaalden en wegbrachten. Dat bracht Maria na anderhalf jaar op een idee. Zij maande Hugo: "Kruip in die kist en zorg dat je er twee uur in kunt blijven zitten zonder geluid te maken". Ze liet hem avonden lang oefenen. De tijd begon te dringen, omdat het 12-jarig bestand met Spanje binnenkort afliep, waarna mogelijk de vluchtroutes minder veilig zouden zijn.

Op 22 maart 1621 ontsnapte Hugo uit Loevenstein. Op deze dag was het jaarmarkt in Gorinchem. De gevangenisbaas was weg. Maria legde met Elsje de boeken in bed, zodat het net leek of Hugo weer eens ziek was. Met alleen zijn ondergoed en zijden kousen aan kroop hij in de kist. Elsje ging met de soldaten mee en hield de kist in de gaten. Eenmaal bij de familie aangekomen snelde Hugo eruit om in metselaarskleren naar Antwerpen te vluchten. Vandaar vertrok hij naar Parijs.

In 1631 keerde hij terug naar Rotterdam, in de hoop dat hij zich weer in Holland kon vestigen. Zes jaar na de dood van Maurits was het politieke klimaat onder diens opvolger Frederik Hendrik veel milder geworden. Burgemeester van Berkel pleitte voor amnestie voor hem in de Staten van Holland. Ook Hooft die tot de kring rond de stadhouder behoorde deed een goed woordje.

Maar De Groot zelf weigerde welk verzoek dan ook tot de Staten of de prins te richten. Hij was er van overtuigd dat hij niets verkeerds had gedaan! Het jaar daarop vaardigden de Staten een nieuw arrestatiebevel uit en moest hij opnieuw in ballingschap gaan.