De vloek van de Duveltjesgracht - Een Gorcumse legende komt tot leven - van 13 september t/m 12 oktober 2008


Faceworksfx - Davy Uittenbogerd
Grimeopleiding - Willy Lemmen
Rare Kwasten - Karen van Keeken
Folky - Helga Buitelaar


Historie Gorinchem
bron: Wikipedia

Men neemt aan dat Gorinchem is ontstaan doordat vissers en boeren rond het jaar 1000 een nederzetting stichtten op wat hoger gelegen land nabij een monding van de Linge in de Merwede. Gorinchem ("Goriks Heem") wordt het eerst genoemd in een document uit 1224 waarin Floris IV de Gorcumers de tolvrijdom in het gehele graafschap Holland bevestigt.

Tussen 1247 en 1267 kwam Gorinchem en omgeving in het bezit van de heren Van Arkel. Otto van Arkel verleende Gorinchem op 11 november 1382 stadsrechten. Aan het eind van de 13e eeuw werden rond de nederzetting wallen opgeworpen die versterkt waren met palissaden, dit in een poging zich te beschermen tegen de overheersing van de buurstaten Holland en Gelre. Halverwege de 14e eeuw werden de wallen verder versterkt met stenen muren waar 7 poorten in zaten en 23 torens waardoor een echte stadswal ontstond. Jan V van Arkel kreeg echter een conflict met Albrecht van Beieren, de broer van inmiddels graaf Willem V, waardoor de oorlog werd uitgeroepen. Gorinchem werd in 1417 definitief door de graven van Holland ingelijfd. Door de aansluiting bij Holland bloeide de handel op en Gorinchem groeide uit tot de achtste stad van Holland.

Daarna was het de beurt aan de Watergeuzen om de stad te veroveren. Op 9 juli 1572 namen zij 19 priesters en broeders gevangen (omdat zij in hun geloof volhardden) die in een turfschuur buiten Den Briel (Brielle) werden opgehangen. Deze geestelijken gingen de geschiedenis in als de martelaren van Gorcum. In het Gorcums Museum hangt een schilderij ter nagedachtenis aan deze gebeurtenis.

In de 16e eeuw waren de stadsmuren zo verzwakt dat zij werden vervangen door een nieuwe vestingwal met elf bastions, die nog bijna volledig intact is. De nieuwe wal werd in 1609 afgerond en lag een stuk verder uit het centrum waardoor de stad tweemaal zo groot werd. In 1673 werd Gorinchem opgenomen in de (oude) Hollandse Waterlinie.

De vestingwal had vier stadspoorten: ten noorden de Arkelpoort, ten oosten de Dalempoort, ten zuiden de Waterpoort (waar men met de pont naar Woudrichem kan) en ten westen de Kanselpoort. Van de vier stadspoorten is alleen de Dalempoort nog over. De andere drie zijn in de 19e eeuw afgebroken om het toegenomen verkeer doorgang te verlenen. Een gedeelte van de Waterpoort bleef bewaard en is opgebouwd in de tuin van het Rijksmuseum te Amsterdam.

Na de Gouden Eeuw kwam in de 18e eeuw de teruggang. Toen de Franse overheersing tanende was, verschansten de terugtrekkende Franse troepen zich in de vesting. Na drie maanden belegerd te zijn, gaven zij zich over. De stad was echter zwaar beschadigd. Door de opkomst van de industrie krabbelde Gorinchem weer uit het dal en de bouw van stoomschepen leidde tot meer scheepvaartverkeer. Er werden kanalen gegraven voor een betere doorvaart en er kwam een spoorweg waardoor de stad beter bereikbaar werd. Het aantal inwoners nam toe en deze bloei zorgde ervoor dat de binnenstad zo vol raakte dat er buiten de wallen woningen moesten worden gebouwd.